Bossen, Parken en Natuurreservaten in Wallonië.
- Bossen, Parken en Natuurreservaten in Wallonië
- Agenda Bossen, Parken en Natuurreservaten
- Beschermde Gebieden: Natuurparken, Natuurreservaten...
- De Fauna van onze Bossen
- Laat ons wandelen in het bos...
- Wandelingen Bossen, Parken en Natuurreservaten
- De Grote Routepaden
- RAVEL - Réseau Autonome des Voies Lentes
- Partners
- 2008 Parken, Tuinen en Bomen
- La Maison de la Randonnée
Aanbevolen links:
De Fauna van onze Bossen

© OPT-Flemal - Chevetogne
De bosecosystemen beschikken over een belangrijke hoeveelheid biologische diversiteit. Als we ons beperken tot de diversiteit in soorten, kunnen we vaststellen dat van de 167 vogels, 60 zoogdieren, 7 reptielen en 14 amfibieën in Wallonië, we in het bos 119 soorten terugvinden: 75 vogels, 32 zoogdieren, 4 reptielen en 8 amfibieën. Elke plantensoort beschikt over zijn resem diersoorten, afhankelijk van zijn ontwikkelingsfase.

© Flémal - OPT - Han
Hoe complexer de plantenstructuur is, hoe groter ook de diversiteit. Enkele voorbeelden van typische bossoorten:
- bij de zoogdieren: de marter, die vooral aanwezig is in de Ardennen en de Gaume; de wilde kat, die vanaf de jaren 50 het zuid-oosten van het land opnieuw gekoloniseerd heeft; de hazelmuis, enkel in het bos.
- bij de vogels: de zwarte ooievaar, de wespendief, de zwarte en rode wouw, de hazelhoen, de zwarte, de kleine groene en de middelste bonte specht, de ruigpootuil. Sommige soorten genieten overigens van de aanwezigheid van ingevoerde harshoudende soorten: ransuil, kruisbek, sperwer, goudhaantje, notenkraker...
Het bos en de randen bieden ook een schuilplaats en plek om voort te planten voor tal van soorten die niet uitsluitend in het bos te vinden zijn.

© OPT-Flemal - Han
Groot wild
Het Waalse bosgebied is nooit rijker geweest aan groot wild (hert, reebok, damhert, moeflon, everzwijn), wat blijkt uit de evolutie van de getelde populaties de voorbije twintig jaar. We stellen vast dat in 20 jaar het groot wild met meer dan 50% is toegenomen. Deze zeer hoge dichtheid stelt de bosbouwers natuurlijk voor problemen. Enerzijds omdat ze directe schade toebrengen aan de bomen (wrijven en ontschorsen), anderzijds omdat ze al te vaak de mogelijkheid van natuurlijke regeneratie en diversificatie in gevaar brengen. Er zijn beheersplannen opgesteld om die populaties te reguleren die door hun overpopulatie schade zouden kunnen toebrengen aan het ecologische evenwicht van het bos.


